Marktinformatie april

1. Conjunctuur

De laatste maand is het vertrouwen van zowel consumenten als producenten aan de beterende hand. Beide zijn toch altijd nog negatief. Het producentenvertrouwen nadert weer het nulpunt en zit nu op een waarde van -3,1 procent. Het consumentenvertrouwen bedraagt nu -12, wat een lichte verbetering is ten opzichte van het niveau in februari. Er zijn meer positieve geluiden op te tekenen met betrekking tot de conjunctuur. De inkoopmanagersindex van NEVI bereikte het hoogste niveau in 28 maanden. Dit wijst op een verdere verruiming van de bedrijvigheid in Nederland. Ook werd bekend dat de ondernemers in Europa in navolging van de consumenten meer kredieten aan het opnemen zijn om nieuwe investeringen te kunnen financieren. Een groei in de opname van kredieten hoort bij een zich herstellende economie. Ondanks dit goede nieuws waarschuwt de Nederlandsche Bank (DNB) in haar kwartaal bericht voor de kans op een tweede dip van de economie. Volgens DNB bestaan er nog altijd grote onevenwichtigheden die een bedreiging vormen voor het economische herstel. Daarmee wordt vooral op de gestegen overheidstekorten geduid. Deze tekorten maken bezuinigingen noodzakelijk die een negatieve uitwerking kunnen hebben op de economische ontwikkeling. Vooral Griekenland is met haar tekort in de gevarenzone terecht gekomen en is op zoek naar financiering van deze staatsschuld. Omdat de koers van de Euro risico loopt, heeft de Europese Unie toegezegd Griekenland de helpende hand te willen bieden als het Internationale Monetaire Fonds (IMF) tekort schiet. Acute hulp aan de Grieken lijkt op dit moment niet nodig en kan uitblijven als voldoende financiering gevonden kan worden voor de Griekse staatsschuld tegen een redelijke rente. Portugal en Spanje zijn de volgende landen die in de problemen kunnen komen bij de financiering van hun staatsschuld. Ook de oplopende werkloosheid kan het economische herstel verder onder druk zetten. Voor de ontwikkeling van de bouwproductie is het zaak dat het vertrouwen van producenten en consumenten verder herstelt en niet verder op de proef wordt gesteld door financieringsproblemen van landen in Europa. De omzet in de burgerlijke en utiliteitsbouw staat in Nederland sterk onder druk

en uit de gegevens van de conjunctuurmeting van het Economisch Instituut voor de Bouw blijkt dat meer dan de helft van de aannemers de bedrijvigheid als ondermaats beschouwt voor de tijd van het jaar. Ondanks de stagnatie als gevolg van de slechte weersomstandigheden in januari en februari in het onderhanden werk van de aannemers, herstellen de orderportefeuilles zich nog niet. Slechts een krappe 6 maanden rest er om door te kunnen werken aan huidige bouwprojecten. Of de ternauwernood aangenomen Crisis- en herstelwet kan zorgen voor een substantiële groei van de orderportefeuilles valt nog te bezien. Waarschijnlijk is het vooral de GWW-sector die zal profiteren van deze nieuwe wet. De grootste rem op de bouwproductie in de burgerlijke en utiliteitsbouw is de vraaguitval. Procedurele sluiproutes, waarin de Crisis- en herstelwet voorziet, bieden hier geen oplossing voor.

 

2. Woningbouw

De woningstatistieken over de gereedgekomen woningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over het jaar 2009 kwamen uit op een jaartotaal van bijna 83.000 woningen (zie de onderste figuur op de volgende pagina). Dit is onverwacht hoog. Ondertussen is duidelijk geworden dat de statistieken vertekend zijn als gevolg van het aflopen van de Woningbouw afspraken 2005-2009 die het Ministerie van VROM heeft gemaakt met de stedelijke regio’s. Alleen als er voldoende woningen opgeleverd worden kunnen de beloofde subsidies door het Ministerie van VROM uitgekeerd worden. Dit heeft er toe geleid dat in de zogenaamde BLS-gemeenten (waarmee de afspraken werden gemaakt) 10 procent meer woningen gereed gemeld werden dan in 2008. In de overige gemeenten kromp het aantal gereed gekomen woningen met 7 procent. De werkelijke woningproductie lag in 2009 lager dan in 2008. Dit blijkt onder meer uit daling van het aantal opgeleverde koopwoningen met GIW-garantie (-18 procent) dat met de Monitor Nieuwe Woningen (MNW) werd geregistreerd en de omzet van bouwbedrijven en de afzet van bouwmaterialen. De neergang in de woningproductie zal zich in 2010 voortzetten. Door herstel van de woningmarkt en de steunmaatregelen van de overheid zal de neergang beperkt blijven. De woningmarkt heeft op dit moment baat bij de verruiming van de Nationale Hypotheek Garantie en het instellen van garanties door overheden en andere partijen. Hierdoor worden de risico’s voor de kopers van woningen en komt de woningverkoop weer op gang. Sinds het tweede kwartaal van 2009 stijgt het aantal verkochte nieuwbouwwoningen weer blijkt uit de MNW en ook het aantal verkochte bestaande woningen is in februari van dit jaar voor het eerst sinds

september 2008 niet verder verslechterd. Deze maand werd uit het WoON-onderzoek van het Ministerie van VROM bekend dat de verhuisgeneigdheid ondanks de crisis nauwelijks is afgenomen. Potentiële verhuizers vertonen echter wel uitstelgedrag waardoor de dynamiek op de woningmarkt ernstig is verslapt. Het niveau van de vergunningverlening voor nieuwe woningen viel met name in november van 2009 sterk terug volgens het CBS. Dat bij hetzelfde ministerie de bodem van de subsidiepotten voor startersleningen en koopsubsidies snel in zicht komt vormt een nieuwe bedreiging voor de woningmarkt. Het zal nu nog meer aankomen op de lagere overheden en op marktpartijen om de onderkant van de woningmarkt verder in beweging te krijgen. In 2009 werd voor bijna 73 woningen een nieuwe bouwvergunning geregistreerd. Dat is 17 procent minder dan in 2008 en vormt het plafond voor de haalbare woningproductie in de komende jaren in

Nederland.

 

3. Utiliteitsbouw

De situatie binnen de utiliteitsbouw is vergelijkbaar met die in de woningbouw, blijkt uit de conjunctuurmeting van het EIB. De orderportefeuilles in de utiliteitsbouw zijn iets minder gevuld dan van de woningbouwers, maar door de helft van de bedrijven in de utiliteitsbouw wordt de huidige omvang van de orderportefeuille beschouwd als normaal. Van de woningbouwers is dat iets minder dan de helft. Positief is dat het niveau van de vergunningverlening zich in de laatste maand van 2009 heeft gestabiliseerd in zowel de markt- als de budgetsector. Dit past bij het herstel van het producentenvertrouwen en de groei van de kredietopname door ondernemers. Dit betekent echter niet dat de bouwproductie in de utiliteitsbouw niet verder kan dalen. Door de lange doorlooptijd van veel projecten kan de productie geruime tijd onder het niveau van de vergunningverlening blijven voordat er herstel op treedt. Desalniettemin mag men op basis hiervan verwachten dat op termijn de

bouwproductie in de utiliteitsbouw weer zal gaan toenemen. Het wegvallen van de extra investeringen door de overheid zal dan worden gecompenseerd door de groei van de productie binnen de marktsector.